Era Gordeau | literatuurclub

‘Cupcakes en appeltaart maken Hondsrug-literatuurclub succesvol’

Ruim zes jaar geleden startte Era Gordeau samen met haar collega Els Visser, beiden vwo-docent Nederlands, de literatuurclub van het Hondsrug College. Overbrengen van de passie voor lezen en literatuur was het doel. De deelnemende vwo-6-leerlingen doen op vrijwillige basis mee aan de bijeenkomsten van deze club. Zij bepalen ook de loop van het gesprek. Voor de literatuurliefhebbers zijn er vier keer per jaar extra lange schooldagen. De bijeenkomst vindt namelijk altijd plaats na schooltijd en duurt tot ca. 17.15 uur. De opkomst is elke keer weer hoog. Ruim vijftig procent van de leerlingen bezoekt de bijeenkomsten.

Lees verder onder de foto

HC_EraGordeau.jpg

'Het heeft ongetwijfeld te maken met de sfeer die wij als docenten creëren: we bakken cupcakes en appeltaarten, zorgen voor koffie, thee en frisdrank en richten het lokaal gezellig in. Je vangt tenslotte meer vliegen met stroop dan met azijn.’

De dagen van een middelbare scholier zijn meestal behoorlijk volgepland. Eerst school, dan huiswerk en als dat klaar is vaak tijd voor sporten of andere hobby’s. Uitvoerig discussiëren over literatuur is meestal in weinig agenda’s terug te vinden. Toch trekt de literatuurclub van het Hondsrug College al jaren veel deelnemers.

Gepassioneerd

Het geheim zit hem volgens vwo-docent Era Gordeau in de gemoedelijke omgeving. ‘Het heeft ongetwijfeld te maken met de sfeer die wij als docenten creëren: we bakken cupcakes en appeltaarten, zorgen voor koffie, thee en frisdrank en richten het lokaal gezellig in. Je vangt tenslotte meer vliegen met stroop dan met azijn.’ Na een lange schooldag geven de zoete versnaperingen volgens haar precies de juiste hoeveelheid energie om gepassioneerd over literatuur te kunnen discussiëren.

Boeken

Aan het begin van elk schooljaar wordt bekend gemaakt welk boek er tijdens de bijeenkomsten van de literatuurclub centraal staat. De docenten gaan daarbij niet over één nacht ijs. ‘Een boek moet vragen bij de lezer oproepen, meerdere verhaallagen bevatten, mogelijkheden tot identificatie bieden en literaire waarde hebben. Omdat de titels aansluiten bij onze literair-historische lessen, komen ze uit verschillende periodes van onze literatuurgeschiedenis van na 1880,´ licht Era de keuzes toe. Zo komen onder meer “De kleine Johannes” van Frederik van Eeden uit 1885 langs en worden de geesten gescherpt over “Een schitterend gebrek” van Arthur Japin. Maar ook “De wegen der verbeelding” van Hella Haasse uit 1983 en “Grip” van Stephan Enter uit 2007 vormen al jaren een vast onderdeel van de gesprekken. 

Leerlingen bepalen gesprek

De leerlingen bepalen welke kant het gesprek opgaat. Ze gaan zowel in gesprek over hun leeservaringen als hoe zij het werk uitleggen. De docenten houden zich zoveel mogelijk op de achtergrond. Voordeel daarvan is dat ze meer tijd hebben om te genieten van de gesprekken. ‘Na afloop moeten we elkaar en onszelf vaak toegeven dat we heel trots zijn op onze leerlingen, die zo goed nadenken over zaken als verhaaltechniek, gelaagdheid, intenties van de auteur en de relatie die het verhaal heeft met hun eigen leven.’

< Terug naar het overzicht