Afdelingen » Havo / vwo
Aan het eind van leerjaar 1 krijgt elke leerling van de school een advies mee. Bij het maken van de keuze voor havo of vwo spelen vragen als ‘wat kan ik?’ en ‘wat wil ik?’ een belangrijke rol. Daarnaast zijn cijfers van belang: voor vwo moet de leerling bepaalde overgangscijfers behaald hebben. Sommige leerlingen kiezen bewust voor de havo, omdat ze bijvoorbeeld al vrij zeker weten wat ze willen worden en een havo-diploma voldoende is voor de vervolgopleiding. Het ligt voor de hand om bij goede cijfers voor het vwo te kiezen. Dit diploma geeft nu eenmaal meer mogelijkheden.
Het 2e en 3e leerjaar havo en vwo
Havo- en vwo-2 en 3 zijn algemene leerjaren met een breed verplicht vakkenaanbod. Een leerling mag deze leerjaren nog geen vakken laten vallen. Dat gebeurt pas in het 4e leerjaar.
Vwo+-klas
Ook in vwo-2 en 3 is er een plusklas. In beide klassen gaan de leerlingen door met de aan het eind van klas 1 gekozen variant (alpha of bèta).
Filosofie en natuur wetenschappelijk onderzoek (nwo) of Spaans zijn hier verplichte extra vakken.
Gymnasium
Na klas 1 volgen de gymnasiumleerlingen het vwo-programma plus de vakken Grieks en Latijn. Beide klassieke talen kunnen ook in het programma van de 2e fase worden gekozen.
Havo- en vwo-3 als keuzejaar
Aan het eind van de 3e klas moeten alle leerlingen een zogenaamde profielkeuze maken voor hun verdere opleiding tot aan het eindexamen.
Daarop moeten ze zich tijdens het 3e leerjaar al oriënteren. In dit proces spelen resultaten, aanleg en eigen voorkeur van de leerling een belangrijke rol. Belangrijke vragen bij de keuze van een profiel zijn onder meer: in welke vakken ben ik goed of minder goed, welke vervolgstudie zou ik willen doen en welke vakken heb ik daarvoor nodig?
Bij het maken van zijn of haar keuze wordt elke leerling begeleid en geholpen door de school. Met de voorbereiding daarop wordt al vroeg in het 3e leerjaar begonnen.
Er zijn twee ouderavonden waar speciaal dit onderwerp aan de orde komt. Daarvoor worden niet alleen de ouders, maar ook de leerlingen uitgenodigd.
2e fase
Onder de 2e fase verstaan we de leerjaren 4 en 5 havo en 4, 5 en 6 vwo.
De leerlingen kiezen een profiel en werken volgens de principes van het ‘studiehuis’.
Profielen
Een profiel is een samenhangend onderwijsprogramma dat de leerlingen voorbereidt op hun vervolgstudie in het hoger beroepsonderwijs of aan de universiteit.
Er zijn 4 profielen:
- Natuur en Techniek.
- Natuur en Gezondheid.
- Economie en Maatschappij.
- Cultuur en Maatschappij.
Elk profiel kent:
- Een aantal verplichte vakken, die voor alle profielen gelijk zijn.
- Een profieldeel met vakken die kenmerkend zijn voor dat profiel en die voorbereiden op bepaalde studies in het wetenschappelijk en hoger onderwijs.
- Een vrij deel waarin de leerling, naast godsdienstonderwijs, één of meer vakken uit een ander profiel kan kiezen.
- Tevens bestaat de mogelijkheid extra modules van bepaalde vakken te volgen.
Het studiehuis
Met het ‘studiehuis’ wordt bedoeld: de manier waarop het onderwijsleerproces in de tweede fase verloopt. Het gaat daarbij vooral om een zodanige begeleiding door de docenten, dat de leerlingen in sterke mate zelfstandig kunnen studeren.
Naast de inhoudelijke verandering van het onderwijsprogramma wordt de aandacht dus vooral gericht op de studievaardigheid. De lijn, die is ingezet in de onderbouw, wordt voortgezet in het studiehuis. Het werken met studiewijzers, waarin voor elk vak de planning voor een bepaalde periode is uitgewerkt, is hierbij een belangrijk element.
Omdat een zelfstandige studiehouding niet van de ene op de andere dag gerealiseerd wordt, worden de leerlingen intensief begeleid door de mentor. In het hoger beroepsonderwijs en op de universiteit wordt verwacht dat zij zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid kunnen plannen en studeren. Door in de bovenbouw van de havo en het vwo zaken als zelfstandig studeren en je eigen verantwoordelijkheid nemen alvast te trainen, verloopt de vervolgstudie wellicht met nog meer succes.
De vinger aan de pols
In de 2e fase van de havo en het vwo moet flink gewerkt worden, met een sterke nadruk op zelfstandig plannen en studeren. Wezenlijk is het leggen van een degelijke basis voor het eindexamen. Onmisbaar is hierbij een kleinschalige begeleiding, die met grote zorg wordt uitgevoerd. Docenten leggen dan ook niet alleen hun eigen vak uit, maar begeleiden daarnaast als mentor een kleine groep leerlingen bij hun leerproces. Daarbij gaat het om het werken met de studiewijzers, het plannen, het bespreken van de voortgang en de resultaten en ook om het persoonlijk welbevinden van iedere individuele leerling. Ook de manier van leren, de ‘leerstijl’, van de individuele leerling komt daarbij aan bod.
Oriëntatie op het buitenland
De leerlingen nemen in havo 4 en vwo 5 deel aan excursies naar het buitenland. Die maken deel uit van het studieprogramma en zijn van groot belang. Internationale contacten zullen in hun vervolgstudie immers bijna vanzelfsprekend zijn. Tijdens deze excursies moeten opdrachten worden uitgevoerd (bijvoorbeeld voor het onderdeel gespreksvaardigheid van de moderne vreemde talen) die studiepunten opleveren. Ook in de reguliere lessen wordt plaats ingeruimd voor het contact met “native-speakers”, b.v. door te e-mailen en/of te chatten via internet.
Examen
De tweede fase omvat alle klassen van de bovenbouw havo/vwo. Dit betekent dat in beide afdelingen onderdelen van het schoolexamen afgesloten kunnen worden in de voorexamenklas(sen). De prestaties die meetellen voor het examen worden samengebracht in het opgebouwde examendossier. Is aan alle verplichtingen voldaan, dan wordt de leerling toegelaten tot het afsluitende centrale examen.
Het decanaat zal zich in het laatste leerjaar vooral richten op de begeleiding bij de keuze van de juiste vervolgopleiding. Uitgebreide voorlichting over de verschillende hbo-opleidingen en academische studies in den lande en eventueel buiten de landsgrenzen is daarvan een belangrijk onderdeel.
Verder naar gymnasium.



